De geschiedenis van de Argentijnse Tango


“When a man and woman understand each other dancing,
simply carrying the beat,
 dancing for three minutes to a music called tango,
it's the closest thing to sex – but sensual rather than erotic.”

Juan Carlos Copes

Het ontstaan van de tango gaat inmiddels meer dan honderd jaar terug. Aangenomen wordt dat de negers die als slaven op de plantages werkten het woord tango introduceerden. Zij brachten de candombe mee uit Afrika, een rituele dans waarin elementen uit hun religie en het katholicisme met elkaar vermengd waren. Oorspronkelijk dansten ze in een optocht over straat. Helaas bleek dit al te vaak tot bloederige gevechten te leiden en werden ze naar besloten kring verbannen. Hier ontstonden de eerste danslokalen, de Sociedades Negros, in de volksmond al snel 'Tango's' genoemd.

De tango rond 1880

Eind 19e eeuw was Argentinië voor velen in Europa de gouden droom. Met name jonge, mannelijke gelukszoekers, zochten hun weg naar Argentinië. Ze namen hun dierbaarste bezittingen mee, vaak muziekinstrumenten en hun herinneringen aan de Europese dansmuziek (walsen, polka’s en mazurka’s). In Argentinië aangekomen, wachtte hen de grote teleurstelling van armoede en werkeloosheid en de vijandigheid van de reeds zwaar teleurgestelde lokale bevolking (de gauchos van het platteland en de inheemse bevolking; de creolen).

De meeste kwamen niet verder dan de havenwijken in de hoofdstad Buenos Aires, waar ze samen met de gauchos en creolen in de zogenaamde huurkazernes belandden. Om het leven enigszins te verlichten en hun ellende voelbaar te maken speelde men muziek, in die tijd vooral fluit, viool en gitaar. Al gauw ontstonden kruisbestuivingen tussen de verschillende muziekuitingen. Zo was er de Habanera, een Afro-Spaanse dans en muziekvorm, door Cubaanse matrozen in de havenwijken meegebracht. De Europese migranten namen walsen, mazurka’s en polka’s mee. Daarnaast waren er de milonga’s, liederen en muziek die de gaucho’s meebrachten van de pampa’s. En natuurlijk waren er de eerder genoemde candombes, door de negers geïntroduceerd. Onder invloed van deze improviserende muzikanten ontstond uiteindelijk een muziekvorm die de naam tango meekreeg.

De Gauchos

Waar muziek is, wordt gedanst. Zo ook in de arme barrio’s. Aanvankelijk waren het vooral de naar de stad getrokken gaucho’s, equivalenten van de Amerikaanse cowboys, die langzaam van hun territorium werden verjaagd, doordat grootgrondbezitters en speculanten de voorheen zo weidse pampa’s opdeelden in kleine omheinde gebiedjes. Zij werden in Buenos Aires de compadres (ontheemde gauchos) genoemd.

In Buenos Aires probeerden zij hun eens zo heldhaftige reputatie hoog te houden met hun cultus van mannelijke moed en eer, behendig messenspel, provocatieve kleding en hun stoere liederen en gitaarspel. Het duurde niet lang of de compadres trokken ook de dansvaardigheden naar zich toe. Hierdoor probeerden veel jonge migranten op de compadres te lijken. Het leverde hen de spotnaam compadritos op. Aanvankelijk was het dansen van de compadres vooral gericht op het spotten met andere bevolkingsgroepen en hun dansen. Hun danspassen werden ook een manier om nieuwkomers, die de vaak ter plekke verzonnen choreografische figuren niet beheersten, belachelijk te maken. Daarnaast was het voor hen zaak om goed te kunnen dansen om zo de bardames en milonguitas (prostituees) het hof te maken. Voor deze dames was dansen inmiddels een beroep geworden, een manier om klanten te werven.

Begin 20e eeuw, de tango begint haar toernee..

Begin 20e eeuw doet de bandoneon zijn intrede in ArgentiniArgentinië. Dit van oorsprong Duitse instrument, een kleine blaasbalg met ontelbare toetsen en een ongeëvenaarde klank, werd rond 1845 ontwikkeld in het ertsgebergte en daar vooral door de mijnwerkers bespeeld. Dit instrument gaf uiteindelijk de tango zijn zo unieke karakter. Met zijn warme, melancholische en dan weer schrille tonen wist het de gevoelens van al die ontheemde mensen in de arme barrio’s als geen ander te verwoorden. Met het intreden van de 20e eeuw begint de tangodans ook haar eerste wereldtournee. Jonge rijke mannen, meestal zonen van rijke immigranten-families, kwamen graag in de bordelen, drink- en dansgelegenheden in de barrios, waar van alles te krijgen was op het gebied van vrouwen en plezier.

Daar leerden zij de tango dansen, die zij vervolgens op hun reizen naar Parijs en New York introduceerden in de vooraanstaande salons aldaar. De tango werd een hit in de Europese aristocratische kringen en werd ook in Amerika met open armen ontvangen. Het schijnt dat ook in Nederland (bekend is het Kurhaus in Den Haag) al volop tango gedanst werd rond 1910. Het kon dan ook niet lang uitblijven dat ook de Argentijnse jetset, die met argusogen naar Europa keek en alle nieuwe trends kopieerden, zich vol overgave in de tangodans stortten. De dans verloor hierdoor zijn louche karakter en kreeg een meer elegantere uitstraling.

La Guardia Vieja

Onder invloed van deze populariteit kon de tangomuziek zich steeds verder professionaliseren en kwamen de eerste orkesten van de grond. Muzikanten kregen steeds vaker platencontracten en tournees aangeboden, waardoor men er professioneel van kon leven. Bekende orkesten uit die tijd, die nog steeds een stempel op de dansvloer drukken, zijn de orkesten van o.a. Roberto Firpo, Francisco Canaro en Vicente Greco, de zogenaamde Guardia Vieja. Daarnaast kreeg de tango canción, de gezongen tango, in de orkesten een meer prominente rol en werden de tangoteksten een zelfstandige kunstvorm. Een van de beroemdste tangozangers uit deze tijd is Carlos Gardel. Met zijn tangolied ‘Mi noche triste’ introduceert hij in 1917 de tango canción.

La Guardia Nueva

Vanaf 1920 werden orkesten steeds groter onder invloed van de enorme populariteit van de tango in Europa en Amerika en de opkomst van de radio. Voortaan werd er met 2 bandoneons, 2 violen, een contrabas en een piano gespeeld, het zogenaamde Sexteto Tipico. Ook werd er meer geëxperimenteerd met de bezettingen van de ensembles en het instrumentarium van de tangomuziek. Deze stroming tango muzikanten noemde zich de Guardia Nueva. Bekende tangovernieuwers uit die tijd zijn Osvaldo Fresedo en Julio di Caro. Dan breekt eind jaren twintig toch de eerste crisis uit in Argentinië. Alleen de grote en populaire orkesten overleven deze crisis en de tango wordt steeds meer commercieel ingezet. De Sextetos Tipicos verdwijnen van het toneel en ook de muziek ondergaat begin dertiger jaren, met het aandraaien van de economie, een verandering.

Orkestleiders als Juan D’Arienzo proberen het danspubliek weer enthousiast te maken door een snelle, levendige en ritmische vertolking van oudere composities te spelen en nieuwe muziekarrangementen te schrijven. Dit zeker ook door de concurrentie van de jazzmuziek die zijn opmars doet in Argentinië. De orkesten worden groter en krijgen meer de uitstraling van een big band. De eerste tango orkesten in deze nieuwe formule, de Orquestas Tipicas, zijn van o.a. Anibal Troilo, Miguel Calo en eerdergenoemde D’Arienzo. Zij spelen vanaf dan in een bezetting van 4 of 5 bandoneons, meerdere violen, een altviool, een cello, een piano en een contrabas. Latere beroemdheden, als Osvaldo Pugliese en Astor Piazolla, spelen in deze orkesten.

Tango op de zwarte lijst

Na de tweede wereldoorlog raakt Argentinië door de politieke doelstellingen van het Peronisme geïsoleerd van de rest van de wereld. Veel mensen werden opgepakt omdat ze andere meningen hadden dan de gevestigde politieke orde. Zoals wel vaker betrof het vooral kunstenaars en studenten, waaronder ook een aantal tangomusici als Osvaldo Pugliese die op de zwarte lijst stond en diengevolge in de gevangenis belandde. Het verhaal gaat dat, bij zijn afwezigheid, het orkest tijdens een optreden een rode anjer op de piano legde om hem te steunen en als stil protest.

In de jaren zestig doet de rockmuziek zijn intrede en dreigt de tango een stille dood te sterven. De jeugd danst liever op de populaire rockmuziek dan op de in hun ogen ouderwetse tangomuziek. Ook de angst en censuur, die de militaire junta’s na Peron met zich meenemen, doen de salons en concertzalen leeglopen en veel tangomaestros vluchten naar Europa en Amerika. Daarnaast worden veel tango-opnames vernietigd in een poging de tango de mond te snoeren. Pas in de jaren tachtig, als ook het politieke regime in Argentinië stabieler wordt trekt de tangoscene weer aan. Met name de Tange Espectaclo, de podiumtango waardoor grote tangoshows uit Argentinië naar Europa en Amerika geëxporteerd kunnen worden, zorgt ervoor dat het publiek weer enthousiast wordt.

Osvaldo Pugliese, Astor Piazzolla en de Tango Nuevo

Ook musici als de bandoneonist Astor Piazolla, die in de jaren vijftig aan het conservatorium studeert in Parijs, dragen bij tot een nieuwe ontwikkeling in tangomuziek. Op aanraden van zijn muzieklerares in Parijs verdiept hij zich in zijn muzikale afkomst, de tango, en bouwt deze verder uit. Uit een andere visie op tango componeert hij een geheel nieuw tangogeluid, de Tango Nuevo. Hij trekt volle concertzalen op zijn tournees door Japan, Amerika en Europa. Alleen de Argentijnse tangoscene wil aanvankelijk niets van zijn muziek weten, totdat de jeugd enthousiast werd door dit nieuwe en moderne tangogeluid met zijn verwijzingen naar de jazzmuziek. Aan de andere kant was er Osvaldo Pugliese die, met zijn complexe ritmische en instrumentale structuren gecombineerd met uiterst gepassioneerde, expressief uitgevoerde melodische thema’s van solisten, een weg opende naar de Tango Nuevo.

Onder invloed van de Tango Nuevo-muziek en de Tangos Espectaclos verandert de dansstijl. Paren dansen verder uit elkaar en de figuren worden groter, complexer, meer acrobatisch en dynamischer. Er lijkt een splitsing te komen tussen de salondansers en nuevodansers. Er komen meer en meer discussies over wat de tangodans zou moeten zijn en steeds meer dansers gaan op zoek naar de definitie en structuur van de dans. Bijna honderd jaar nadat de dans is ontstaan begint deze zich ook te professionaliseren door beroemde dansers zoals Antonio Todaro. En later in de jaren negentig door Gustavo Naveiro, Chicho, Mauricio Castro e.a..

De komst van de electronische muziek.. Neotango

Ook krijgt de tango muzikaal een boost. Onder leiding van een groep jonge muzikanten worden de grenzen van de atngo opgerekt. Uitstapjes naar de latinhoek en de housescene introduceren percussie en electronische drumbeats in de tango. Er waait een frisse wind door Buenos Aires, Parijs en andere tango smeltkroezen. Beroemde danslabels als Buddhabar pakken de nieuwe tangogeluiden op. Niet dat het altijd even mooi of artistiek verantwoord is maar het opent nieuwe muzikale uitdagingen voor de dansers.

In 2002 stort de economie van Argentinië in elkaar door o.a. corruptie en mismanagement in de politiek. Veel mensen belanden op straat, als cartoneros. Veel mensen moeten een flinke stap terug doen. Ook de kunstscene levert aanvankelijk flink in. De muziek wordt bozer, schopt tegen de gevestigde orde.. Nieuwere tango orkesten pakken de oude meesters op maar leggen er hun jeugdige rebellie en boosheid in. Tango rocks bij jonge honden als Fernandez Fierro en Astillero. Ze creeëren hun eigen clubs en 'undergroundvenues', slepen hun piano naar iedere straathoek in de stad. Ze spreken een jeugdig danspubliek aan om de tango weer op te pakken. Aanvankelijk danst men spectaclo maar gaandeweg pakken jongeren de oude tradities op en mixen die vloeiend met alle kennis die in de jaren 90 is bloot gelegd en hun interesses in andere vormen van dans en beweging.

Vrijheid in de tango

De tango die hieruit ontstaat is aandachtig naar de kwaliteit van bewegen en draait om vloeiende, ademende en organische bewegingsprincipes. In de dans wisselen close embrace en semi open stijlen van omhelzing zich af met de oude milonguero of apilado-omhelzing, al naar het de dansers goeddunkt op de muziek.

Al is er meer ruimte gekomen in het denken over de tango. De tangowereld wordt nog altijd in kampen verdeeld over wat de echte tango is. Over een ding lijkt eenieder waar ook ter wereld het eens; de tango is en blijft, een spannende, sensuele en harmonieuze interactie tussen twee mensen en de ziel van de muziek. Een dans van iedereen en niemand in het bijzonder.